Managers verliezen in Nederland steeds meer organisatorische macht aan hun medewerkers. Daar zijn verschillende redenen voor. De voornaamste is dat organisaties steeds platter zijn geworden en veel machtsposities zijn verdwenen. Voorts zijn werknemers steeds hoger opgeleid. Een voorbeeld zijn promovendi die nu in het bedrijfsleven werken, terwijl zij zich vroeger verbonden aan een universiteit. Hierdoor willen en kunnen werknemers steeds zelfstandiger werken en zijn zij minder afhankelijk van de informatie en kennis die de manager heeft. Daarbij komt de relatief goede economie in Nederland die iedereen de kans biedt om gemakkelijk van baan te veranderen of hogere looneisen te stellen. Daardoor wordt het voor de huidige manager steeds moeilijker om vanuit zijn machtspositie de werknemers aan te sturen. Wil de manager zijn invloed op zijn medewerkers behouden, dan zal hij hun iets extra’s moeten bieden. En dat is zijn persoonlijke kracht. Daarmee kan hij zijn medewerkers aan hem binden en behoudt hij zijn invloed.
Persoonlijke kracht
De persoonlijke kracht van een effectieve manager is in drie delen te scheiden: zijn actieve doe-kracht, zijn mentale denkkracht en zijn emotionele voelkracht. De bijbehorende typeringen zijn:
· de actieve doener
· de positieve denker
· de gelukkige voeler
Deze typering is terug te voeren op Sigmund Freud. In diens theorie bestaat de mens uit een superego, een ego en een id-ego. Het superego omvat de persoonlijke ‘ik’-overtuigingen en meningen van een mens. Zoals: 'Ik ben de winnaar' of 'Ik ben een manager'. In het id-ego zitten alle natuurlijke instincten en behoeften, zoals honger, dorst, vechten, vluchten en liefde. Het ego zit tussen deze twee krachten in en wordt gebruikt om de mens zich te laten verwezenlijken. Thomas Harris heeft deze driedeling uitgewerkt. In zijn bestseller ‘Ik ben okéé, jij bent oké’ noemt hij het superego de ouder, het ego de volwassene en het id-ego het kind.
Op basis van de indeling van Harris heb ik de ouder de positieve denker genoemd, de volwassene de actieve doener en het kind de gelukkige voeler. Met onze ouder denken wij na. Door positieve overtuigingen, meningen en gedachten te formuleren, dragen wij bij aan onze kennis. Onze volwassene heb ik de actieve doener genoemd omdat wij door actief te doen onze verlangens en gedachten kunnen realiseren. En ons kind heb ik de gelukkige voeler genoemd omdat wij door ons gelukkig te voelen onze liefde voor onszelf en onze medemens ervaren.