Now here is nowhere

Door: Max van Aerschot, Architect.
De wereld verstedelijkt in een razend tempo. Nu woont 50% van de wereldbevolking in steden, in 1900 was dat maar 10%. In 2050 woont 75% in de stad. Het landschap wordt opgevreten door de stad. Onze directe voorouders leefden nog in een wereld waar de agrarische bevolking nooit verder kwam dan de buitengrenzen van hun dorp. Een samenleving als een grote huiskamer met geborgenheid, betrokkenheid, maar ook soms knellende sociale controle.

Nu heeft de plek waar wij wonen in bijna alle gevallen de hoedanigheid van de stad aangenomen: kern of periferie. Dankzij onze enorme mobiliteit kunnen we kiezen waar we wonen zonder direct een keuze te maken voor de locatie. We kunnen als stadsnomaden van plek naar plek verhuizen afhankelijk van levensstijl of levensfase. We kiezen, anders dan vroeger, nu dikwijls op basis van argumenten.

Wonen als life-style. Het gevolg is een hoge mate van anonimiteit in de woonomgeving: de stad. De kracht van de stad is de verzameling van identiteiten, individuen, functies en aanwezig historische kwaliteiten. De vrijheid, het ongebonden hoppen van de huidige homo metropolitanus weerspiegelt zich in de gebouwde omgeving. De openbare ruimte is van groot belang en symboliseert de cultuur waartoe wij behoren.

De openbare ruimte als overstapmachine tussen dagelijkse activiteiten. De openbare ruimte als laatste ruimte, leegte in een metropool zonder natuur, zonder leesbare horizon. De leegte wordt schaars. De ruimte wordt schaars. De epidemische verstedelijking wordt veroorzaakt door de enorme drift om te bouwen: de ruimte in te richten. Planologen, stedenbouwers, architecten hebben de plicht dit op verantwoorde wijze te doen, aangestuurd door een gewetensvolle, deskundige opdrachtgever. De traditionele rol van de opdrachtgever is echter vervaagd. Beleggers, ontwikkelaars, anonieme woningcoöperaties vertalen de ongrijpbare wens van de nieuwe homo metropolitanus. Een visie op de toekomst ontbreekt dikwijls. Er wordt gebouwd naar de waan van de dag. Het economisch belang prevaleert.

Het grillige opdrachtgeverschap gecombineerd met het defensieve gedrag van de ontwerpers levert modieuze, voorspelbare architectuur en stedenbouw op. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw is er een ondefinieerbare angst voor het verliezen van de controle op verstedelijkingsprocessen. De architect, stedenbouwer als controlefreak: gevangen in het net van de turbulente industrialisatie en hyperactieve economische groei. Het resultaat is mathematische stedenbouw, cosmetische architectuur, eindeloze variaties op historische thema's zonder wezenlijke vernieuwing. De gebouwde omgeving als consumptie artikel.

In de film "Metropolis" van Fritz Lang (1924) wordt de vermetropolisering al dreigend verbeeld in een streng geregisseerd systeem waarover de controle wordt verloren en uiteindelijk de liefde alles weer overwint: 'there can be no understanding between the hands and the brains unless the heart acts as a mediator.'

Wij leven nu in een bijna virituele wereld waarin illusie en werkelijkheid door elkaar vloeien. Afstanden worden gereduceerd tot absurde definities van tijd en ruimte. Google-earth maakt de de complete wereld op elk moment van de dag vanaf elke willekeurige pc-plek leesbaar. In 'games' zijn wij de held en bouwen wij onze eigen ongrijpbare wereld.

Het lijkt alsof wij ons in een brandpunt bevinden na een ruime eeuw van industrialisering en vertechnologisering. 'Living in machine cities'. Een fysieke verdichting tot een kritische massa. Een mentale verdichting die haar verzadigingspunt bereikt. Er ontstaat een mytisch verlangen naar oorspronkelijkheid, emotie, betekenis, hartstocht.

Wij bevinden ons in een bijzonder tijdperk waar het werkelijke maximum bereikt lijkt te zijn en we binnenkort in een nieuwe diepte storten: op zoek naar ruimte: een vol-ledige-ruimte: NOW-HERE=NOWHERE

Commentaar